De kleine wereld van
Jeroen Sprenger




Als ik terugkijk, dan zie ik dat een lelijk eendje een mooie zwaan is geworden.”

Bernadette Emanuels - Braaf (1945-2020)

“SAO was aan het begin van deze eeuw een naar binnen gerichte organisatie. Dat is sindsdien ingrijpend veranderd. Herstelling heeft daarin een grote rol gespeeld. Menigeen keek ere en beetje argwanend naar. We waren al zo vaak teleurgesteld. Maar dat is veranderd. Het gevoel voor eigen waarde is enorm toegenomen”.

“Ik was waarnemend directeur van SAO toen ik in 2001 kennismaakte met Albert van der Lugt en Gerard Lutteken. Zij kwamen op bezoek op aanraden van James Ramlall, samen met de gemeenteambtenaren Michel Kanters, destijds van Maatwerk en Theo Lunshoff. Ze kwamen vragen of SAO jongens kon leveren voor de restauratie van het geboortehuis van Anton de Kom. Dat wilde we na enige aarzeling wel. Het project ging echter niet door. We hebben dat geprobeerd maar de zoon en de kleinzoon van De Kom wilde uiteindelijk geen enkele toezegging doen voor de bestemming van het pand na de verbouwing. We zijn toen later begonnen met de restauratie van het Nola Hatterman Instituut, een van de officierswoningen rondom Fort Zeelandia.”

“ Voordat ik bij SAO kwam had ik al een aardige tocht door Suriname gemaakt. Ik ben op 8 maart 1945 geboren in Paradijs, district Marowijne. Vader was onderwijzer van de plaatselijke katholieke school. Hij name de 1ste tot de 6de klas voor zijn rekening. Mijn moeder hielp hem door als ‘onbevoegde’ de lessen handwerken en godsdienst te verzorgen. Samen hadden mijn vader en moeder de zorg voor een gezin van 10 kinderen, van wie er een vroeg is overleden. Zelf was ik de derde in de rij. Zoals wel vaker in een onderwijs gezin, volgen kinderen in de voetsporen van vader en moeder. Een broer en twee zusters zijn ook in het onderwijs gaan werken.”

Rechtschool

“Vader is later naar Paramaribo gegaan en bij de politie gaan werken. Als ik 20 jaar ben en op het punt sta te trouwen gaat hij naar Nederland en wordt kok in het Wilhelmina Gasthuis. Mijn moeder blijft hier, ze heeft het wel een paar keer geprobeerd, maar in Amsterdam kon ze niet aarden. Het was haar te koud.”

“Na de lagere school en de ULO heb ik de rechtschool gedaan. Daarna ben ik, ik was toen 16 jaar, gaan werken bij Sticusa (Stichting voor Culturele Samenwerking met Suriname en de Nederlandse Antillen). Directeur is dan de bekende schrijver Albert Helman. Daar ben ik tot mijn trouwen in 1965 gebleven. Dan ga ik met mijn man, Willy Emanuels, die in de bestuursdienst werkt mee naar Groningen in het district Saramaca. Al snel komen er kinderen, twee jongens en twee meisjes en daar heb ik een jaar of tien de handen aan vol. Maar er was toch voldoende ruimte om enkele opleidingen te doen.”

“De opleidingen komen me goed van pas als in 1977, na de Surinaamse onafhankelijkheid, er overall in het land arbeidsbureautjes worden opgezet. Als er ook een in Groningen komt, ga ik daar werken. Mijn hoofdtaak is het registreren van werkzoekenden en het proberen ze onder te brengen bij bedrijven. Wat opvalt is dat die werkzoekenden het liefst bij de overhead gaan werken. Dat betekent pensioen en een ziektekostenverzekering.”

“Na de revolutie, waarbij mijn man is opgepakt, ga ik in Paramaribo bij het Arbeidsbureau werken. Ik doe daar iets in de statistiekverwerking. Als een jaar later, in 1981, de Stichting Arbeidsmobilisatie en Ontwikkeling (SAO) wordt opgericht, ga ik daar op eigen verzoek werken. Ik ben begonnen met het opzetten van een ‘ vacaturetelefoon’ voor werkgevers. Zij konden daar hun vacatures melden en tevens vragen om werkzoekenden.”

“SAO is vanaf zijn begin een driepartijenorganisatie, van overheid, werkgevers en werknemers. Het geld voor de oprichting komt aanvankelijk van de Verenigde Naties (UNDP) en uit de door Nederland bij de onafhankelijkheid toegezegde ontwikkelingsgelden. De eerste directeur is de heer Matiel, die later naar Nederland zal vluchten. Na diens vertrek word ik waarnemend directeur. En dat ben ik tot mijn pensionering in 2005 gebleven. Wilde geen directeur worden want dan zou ik, zo vreesde ik, onder te zware politieke druk komen. In 2007 word ik als adviseur gevraagd. Tot 2012 blijf ik in die fucntie aan SAO verbonden.”

"Meer medewerkers dan leerlingen"

“SAO telt in de beginjaren meer docenten en stafmedewerkers dan leerlingen, pupillen. We zitten onopvallend in een hoekje, niemand kende ons, we telden helemaal niet mee. Nu is dat wel wat anders. De samenwerking met Herstelling heeft aan die verandering wel bijgedragen. In het begin zijn we wat sceptisch. Er waren al zoveel afspraken met zoveel Nederlandse steden gemaakt. En daar kwam niets van terecht. De terughoudendheid wordt niet minder als de verbouwing van het geboortehuis van Anton de Kom mis gaat. Maar gelukkig wordt de restauratie van het Nola Hatterman Instituut een groot succes. Onder leiding van de architect Carel van Hest en het aannemersbedrijf Remas van Brouwn, leren enkele jongens van SAO daar de eerste beginselen van het vak. Voor de financiële administratie en dergelijke had Herstelling zorg gedragen. Tijdens een conferentie op de dag van de opening hebben SAO en Herstelling tegen elkaar gezegd: hier moet het niet bij blijven.”

“Die samenwerking kwam op een goed moment op gang. De overheid zei dat we meer op eigen benen moesten gaan staan. En tegelijkertijd dat we op een hoger niveau moesten gaan opleiden. Op het vakopleidingsniveau waarover in de Caricom afspraken waren gemaakt. Met behulp van Herstelling en de gemeente Amsterdam zijn we daarin geslaagd. Waarom Nederland? Waarom Amsterdam? Dat hoorde je nog wel, maar na enkele bezoeken aan Nederland van en enkele werkmeesters is dat verstomd. Kijk, in elke samenwerking moet je op voet van gelijkheid met elkaar optrekken. Je moet elkaar de waarheid kunnen zeggen, als dat zo uitkomt. En zo is het gegaan. Nu is er niemand meer die twijfelt aan de meerwaarde van de samenwerking met Herstelling.”

“Laat ik een voorbeeld noemen. We hebben geleerd naar andere dingen te kijken. We hebben geleerd te kijken met de ogen van buitenstaanders naar ons eigen werk. Zo hebben we samen met Herstelling de metal- en laslokalen helemaal ingericht naar de eisen die daar internationaal aan worden gesteld. Aanvankelijk wilden de grote Surinaamse bedrijven als Suralco en Staatsolie niet met ons in zee. Ze wilden hun mensen uit het buitenland halen. Schoorvoetend moesten ze op last van de regering bij SAO aankloppen. Nu laten ze tot ieders tevredenheid hun mensen bij SAO opleiden. En zo is het met veel andere bedrijven, die bijvoorbeeld nu hun medewerkers een training veiligheid en bedrijfshulpverlening bij SAO laten volgen.”

“Er is uiteraard nog wat te wensen. We moeten nog veel meer doen aan onze eigen publiciteit. Zodat we nog veel beter een ‘ondernemende vakopleiding’ kunnen zijn. Doordat we met de jongens, als onderdeel van de opleiding, onderhoudswerk – timmeren, schilderen, metaalwerk, straatmaken - kunnen gaan verrichten. Of dat we veel sloopmateriaal weten in te zamelen om die te ‘recyclen’ tot leuke gebruiksvoorwerpen. Daardoor kunnen we meer eigen inkomsten verwerven, waardoor we minder afhankelijk worden van de overheid.”

“Maar als ik terugkijk, dan zie ik dat een lelijk eendje een mooie zwaan is geworden.”

Bernadette Emanuels-Braaf is op 25 juni 2020 in Paramaribo overleden

Jeroen Sprenger

Dit interview is in 2014 gehouden voor het boek "Krabben aan beton", naar aanleiding van 10 jaar samenwerking tussen SAO en Herstelling