De kleine wereld van
Jeroen Sprenger


Kurt Baschwitz, grondlegger communicatiewetenschap


“Het belangrijkste van de krant zijn de lezers. Niet het instituut zelf, noch de gebouwen waarin ze zijn gevestigd”. Het is de centrale stelling van Kurt Baschwitz, de Duits-Joodse journalist die na de Tweede Wereldoorlog de grondlegger wordt Joodse van de wetenschappelijke studie van media en openbare mening. Het is de ‘onzichtbare massa’ van de lezerskring, die bepaalde inzichten deelt en daardoor invloed heeft op politieke en sociale processen. Maar die ook te manipuleren is door ‘krachten op de achtergrond’. Massapsycholoog Jaap van Ginneken geeft in zijn biografie van Baschwitz een interessante levensschets van zowel zijn persoonlijke als wetenschappelijke ontwikkeling.

Kurt Baschwitz (1886-1968) is geboren in een Joodse boekdrukkersdynastie die zich uiteindelijk vestigt in Offenburg, niet al te ver van Straatsburg. Daar wordt Baschwitz geboren. Aan verschillende universiteiten studeert hij economie. Uiteindelijk promoveert hij in 1908 in München op een economische studie met een duidelijke sociologische inslag. Daarna wordt hij journalist bij het Hamburger Fremdenblatt, ‘het grootste politieke dagblad van Noord-Duitsland’.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog is hij enige tijd voor zijn krant correspondent in Rotterdam, in het ‘neutrale Nederland’. Hij schrikt daar van het vijandige ‘nepnieuws’ van de geallieerden, dat met name door De Telegraaf en cartoonist Louis Ramaekers breed wordt uitgedragen. Duitsers zouden achter de gevechtslinies hun gesneuvelde militairen ontkleden, aan elkaar binden, in pakketjes naar Luik vervoeren en daar verwerken tot glycerine en varkensvoer. Voor de waarheid - het gaat om kadavers van in de strijd omgekomen paarden – is geen plaats. Aanvankelijk denkt Baschwitz dat de oorsprong van het verhaal ligt in een vertaalfout van een foto-onderschrift. Maar ontkenningen en rechtzettingen worden genegeerd. Het voorval inspireert hem tot zijn boek Der Massenwahn dat in 1923 uitkomt. Hij plaatst daarin het verstand van de enkeling tegenover besmettelijke massawanen als gezond of ziekelijk verschijnsel.

Spekkoek

Van Ginneken heeft de biografie opgebouwd als Indische spekkoek. Laagjes persoonlijke ontwikkeling worden gelegd op laagjes ontwikkeling van wetenschappelijke inzichten, die ieder weer een context kennen van nationale en internationale ontwikkelingen zoals de twee wereldoorlogen, van organisaties die hem in staat hebben gesteld zijn wetenschappelijk werk te doen en van zijn privéleven. Zijn ‘massastudies’ zijn zo te verbinden met zijn persoonlijke ervaringen.

Tot aan 1933 is Baschwitz een ‘liberaal’, trots op het Duitsland van Bismarck en na de Eerste Wereldoorlog van de Weimarrepubliek. Zijn journalistieke loopbaan vervolgt hij na het Hamburger Fremdenblatt bij de Deutsche Allgemeine Zeitung in Berlijn, om uiteindelijk hoofdredacteur te worden van de Zeitungs-Verlag, een weekblad van de krantenuitgevers waarin uiteenlopende artikelen over de pers worden gepubliceerd. Vanuit die functie organiseert hij ook congressen met thema’s als ‘Kranten en de wetenschap’. Daarin toont hij zich bewust van de enorme werkloosheid, waarin hij omstreeks 1930 “de oorzaak ziet van het reddeloos afglijden van de bevolking in het Niet. Haarfijn evenredig met de curve van de werkloosheid steeg de curve van het op de nationaalsocialisten uitgebrachte aantal stemmen.” Pas na de machtsovername door Hitler voelt hij zich Joods en vlucht ogenblikkelijk naar Amsterdam. Daar komt hij in contact met andere Duitse bannelingen, zoals de familie Frank. En weet hij een aanstelling te verwerven bij de Universiteit van Amsterdam en het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.

In het verlengde van zijn journalistieke werk schrijft hij in ballingschap ‘De krant door alle tijden’, waarin hij de ontwikkeling beschrijft van de pers in verschillende landen. Hij brengt die in relatie met de technologische vernieuwing, waar hij als drukkerszoon goed mee bekend is. In het slothoofdstuk kijkt hij naar de persdictaturen van die tijd: Rusland, Duitsland, Italië. Enigszins optimistisch concludeert hij in 1938 dat hun censuur en propaganda contraproductief zullen zijn. In de heruitgave die na de oorlog verschijnt, verbindt hij dat vertrouwen met de waarneming dat tijdens de Bezetting de bevolking op zoek is gegaan naar alternatieve informatiebronnen of die in het geheim zelf zou gaan produceren. “Dit zou naar verhouding de grootste illegale pers hebben opgeleverd in heel Europa.”

In de eerste oorlogsjaren maakt Baschwitz – in de onderduik - een studie van heksenvervolgingen als voorbeelden van massawaan. Het boek verschijnt in 1941 onder schuilnaam. Volgens Van Ginneken laat ‘heks’ zich makkelijk vervangen door ‘Jood’. Na de bezetting is Baschwitz in 1948 betrokken bij de vorming van de Politieke Sociale Faculteit (PSF), ook wel de Rode Faculteit genoemd, aan de Universiteit van Amsterdam. Daarbinnen buigt hij zich als de eerste hoogleraar Perswetenschap over ‘pers en openbare mening’. Hij legt daarmee de grondslag voor de inmiddels zeer succesvolle en internationaal vermaarde studierichting Communicatiewetenschap en de Amsterdamse School voor Communicatie Research (ASCoR).

Jeroen Sprenger

Jaap van Ginneken, Kurt Baschwitz, Peetvader van journalistiek en communicatie,
ISBN 97890 7970091 2, Amsterdam 2018, 268p, € 24,75

Jaap van Ginneken, Kurt Baschwitz, Pioneer of Communication Studies and Social Psychology,
ISBN 978 9462986046, Amsterdam 2018, 355p, € 105,=

Eerder gepubliceerd in Villamedia, Magazine over journalistiek, februari 2018